1 September

Als je vandaag je sociale media opent, kan je er niet naast kijken. Je wordt bedolven onder foto’s van kinderen die terug naar school gaan en nog even poseren in hun nieuwe outfit en met een glimlach, geforceerd of niet. Nee, traantjes heb ik voorlopig nog niet zien voorbijkomen, maar dat kan liggen aan de leeftijd van de kinderen die ik zie verschijnen. Want hele jonge kinderen zijn er op mijn pagina’s niet echt meer bij. Daarvoor moet ik toch al gauw een tiental jaren terug in de tijd gaan. Nu zie ik vooral kinderen die volledig uitgedost in de hippe trends de schoolpoort tegemoet gaan.

Op deze dag denk ik elk jaar opnieuw, met enige heimwee, terug naar de allereerste schooldag van mijn jongens. Ik weet nog exact welke boekentas ze hadden, welke outfit ze droegen en hoe de sfeer was. De sandwiches met Samson-worst, een kaasje erbij en hun lievelingskoekje, gepropt in hun zelfgekozen brooddoos. Bij aankomst hun jasje hangen aan de juiste kapstok die je kon vinden aan de hand van het symbooltje dat ze op een kaartje bij aankomst hadden gekregen. Ik herinner me een eendje en een vliegertje. En hoe proper uitgedost, fris en monter we ze in de morgen ook mochten afzetten, hoe moe en vuil we ze ‘s avonds weer konden ophalen. Maar ze hadden zich enorm geamuseerd en konden de dag nadien niet snel genoeg vertrekken. Hun eerste schooltje is er ondertussen niet meer, dat heeft plaats moeten maken voor nieuwbouw. Ik kan bijna niet geloven dat het al zo lang geleden is.

Stress voor een eerste schooldag is er ondertussen niet meer bij. Voor de oudste student van ons gezin, is het zelfs geen eerste schooldag vandaag. Die mag nog een aantal weken zijn wekker negeren vooraleer hij de studieboeken weer moet opnemen en een nieuw hoofdstuk in de hogeschool naar zijn keuze mag gaan schrijven. De jongste daarentegen is deze morgen vertrokken. Veel te vroeg trouwens, want ondertussen hebben de scholen al een aantal jaren de gewoonte om niet alle leerlingen op hetzelfde uur te laten komen op die eerste schooldag. Verwarring ten top dus.

Met die start komt er ook weer wat meer routine in het dagelijkse leven. Wat er dan op zijn beurt eveneens voor zorgt dat de dagen weer sneller zullen gaan en hectischer zullen worden. Deze morgen heb ik uit pure nieuwsgierigheid nog eens mijn Waze gecheckt rond 9u om te kijken hoeveel file er nog te verwerken viel. Het zal je niet verbazen dat er nog heel veel rode baantjes verschenen en dat de emoji’s er niet allemaal even gelukkig uitzagen. Waarschijnlijk net zo ongelukkig als de chauffeurs die opnieuw moeten staan aanschuiven en hopen om op tijd op hun volgende afspraak te kunnen zijn. En straks start het bumperrijden weer helemaal opnieuw wanneer iedereen opnieuw naar huis kan.

Voor mezelf, herinner ik mij vooral dat de eerste dagen school, spannend waren. Eerst afwachten met wie je in dezelfde klas kwam te zitten en dan nadien volgde de kennismaking met de leraren. Je verwachtte dat het in de eerste lessen, voornamelijk en zelfs uitsluitend zou gaan om de kennismaking en dat er zeker nog geen les zou gegeven worden. Die verwachting werd niet altijd even goed ingelost. Want je had er natuurlijk ook, die er de eerste les een opportuniteit van maakten, om eens te testen welk vlees ze in de kuip hadden en het schooljaar ingingen met het afnemen van een test, onder het mom van : ik wil weten hoeveel jullie nog onthouden hebben van vorig jaar of welk niveau jullie hebben voor mijn lessen. Tja, de trofee van de meest leuke leraar ging niet naar hen hè.
Jezelf voorstellen in de les was ook nog zo standaard momentje. Hoeveel blaadjes papier moesten niet worden ingevuld waarop je je naam, adres, hoeveel broers of zussen je had, en iets over jezelf, moest invullen. Eigenlijk kon je gerust een aantal exemplaartjes op voorhand maken zodat je er in de klas enkel nog de datum en de les of klasnummer moest opschrijven. En terwijl je toch bezig bent met het maken van deze briefjes, kan je er gerust nog een aantal naamkaartjes bijgooien, want niet elke leraar kon direct namen onthouden en liet zich behelpen door deze naamkaartjes. De leerling-durfal, gecombineerd met de nodige genen humor, zag hierin altijd een gelegenheid om de meest hilarische namen te bedenken. Combinaties van namen die in de strips Kiekeboe, schering en inslag zijn. De reactie van de leraar hierop, zorgde ervoor of die leraar bij onze favorieten ging behoren of dat we voor de rest van het schooljaar beter low-profile bleven.

Ik kan niet zeggen dat ik genoten heb van mijn schooljaren. Het basisonderwijs heb ik wel graag doorlopen, maar het secundair was niet altijd even fijn. Deze ervaring heeft me wel geleerd om heel attent te zijn naar mijn eigen kinderen en trachten op te pikken wanneer ze zich niet meer goed voelen op school. Het lijkt me wel, dat de drempel om als ouders naar een school te stappen en een gesprek te vragen over een bepaalde situatie, niet meer zo hoog is. Wat natuurlijk niet wil zeggen dat je als ouder voor alles de hulp moet inroepen van de school. De school zorgt voor de kennis en het bijbrengen van noodzakelijke materie om het kind de nodige bagage te geven voor een verdere loopbaan. De waarde en normen moeten nog wel hoofdzakelijk worden bijgebracht door de ouders. Mijns inziens heeft de school hier enkel een aanvullende rol in te spelen. De combinatie van de twee moet goud waard zijn.

Vele jaren later, na de schoolcarrière, ben ik van het studeren gaan houden. Na mijn humaniora ben ik elke cursus, elke studie gaan bekijken als een gelegenheid om mij te verbeteren. En kennis zorgt er toch voor dat je in deze wereld iets meer je plaatsje kan opeisen in de omgeving die je voor jezelf kiest. En je kan voor alles bijleren. Talen, wiskunde, wetenschappen, techniek, zorg, cultuur, gastronomie, mode, sport,… Daar waar je de materie met plezier opslorpt, zal je je als een vis in het water voelen. Succes aan alle studenten voor het nieuwe schooljaar.

Wat als, wat als, plotseling waarom wordt

Wat als je benen, je lichaam niet meer kunnen dragen? Jou niet meer kunnen brengen naar de plaatsen die in je hoofd als eindbestemming zijn opgegeven. Je niet meer rechtop kunnen laten staan, zodat je zichtbaar bent tussen een groep mensen die al pratend of luisterend, elkaar in de ogen kunnen kijken. Jou de bewegingsvrijheid ontnemen om naar een afspraak te gaan waar vrienden of collega’s, jou verwachten. De moves niet meer kunnen uitvoeren die nodig zijn om die geweldige choreografie van je favoriete dansleraar onder de knie te krijgen. De kracht ontbreken om lange wandelingen of een dagje shoppen in je agenda te plannen. Te onstabiel zijn om alsnog staande te kunnen blijven in de rollercoaster van het leven.

Wat als je armen te zwaar zijn om de dagdagelijkse karweitjes af te kunnen vinken. Te zwaar om penselen en verftubes boven te halen, zodat het onafgewerkte schilderij op de schildersezel in de hoek van de kamer, abstract blijft in plaats van gedetailleerd. Niet meer de mogelijkheid hebben om iemand te kunnen omarmen en dicht tegen jezelf te kunnen trekken, zodat de huidhonger kan gestild worden. Te kort reiken om dromen waar te maken en plannen uit te voeren. Te weinig kracht hebben om vast te kunnen houden.

Wat als het hart het regelmatige ritme is verloren en de ene moment de uitvoering geeft van een ballade, afgewisseld met de disco-tonen van Staying Alive om nadien plots over te schakelen naar een techno-sessie versie Charlotte De Witte, om te eindigen met de stevigere hardcore house.

Foto door ERIC CHEN op Pexels.com

Wat als je longen te weinig zuurstof nemen. Jouw lichaam niet meer volledig kunnen voorzien van de nodige brandstof. Ademen geen automatisme is die gecontroleerd, en in juiste hoeveelheid worden uitgevoerd. Wat als vier tellen inademen, vier tellen stoppen, vier tellen uitademen en vier tellen stoppen, een dergelijke concentratie vraagt dat je je moet gaan afzonderen om het enigszins correct te kunnen uitvoeren. Wat als de lucht niet meer voorbij je middenrif geraakt, maar zijn reis beëindigd in de bovenste regionen van je luchtwegen.

Wat als je hoofd verandert in een donkere ruimte, waar woorden tegen de muren botsten, op zoek naar de uitgang. Flitsend snel, waardoor vonken ontstaan die hier en daar zicht geven op de omvang van de warboel. Waar chaos heerst en de dirigent al een tijdje zijn baton heeft laten vallen, waardoor deze op zijn handen en voeten, al tastend in de duisternis, op zoek gaat naar zijn verlengstuk, zodat de symfonie kan worden hervat. Waar schuifjes in de kasten van allerlei herinneringen, open en dicht springen en hun inhoud over de vloer uitbraken. Zonder onderscheid te maken tussen de schuifjes met goede of slechte herinneringen, verdrongen of toegelaten. Waar de opdrachten en taken onderling in conflict gaan omtrent de prioriteit en belangrijkheid die ze zichzelf toewijzen. Waar de verdeler van de serotonine zich al een tijdje niet meer heeft laten zien. Waar de schreeuw om rust en orde het hoogst is.

Foto door Anni Roenkae op Pexels.com

Wat als, wat als, plotseling waarom wordt.

Het geschreven woord

Zondag, geen betere dag om nog eens languit op de zetel te gaan liggen met een goed boek. De andere dagen van de week moet ik mijn leesmomentjes beperken tot een uurtje voor het slapen gaan, maar op zondag is er geen beperking. Alleen moest ik vandaag vaststellen dat mijn lading boeken die ik in onze bibliotheek ga halen, uitgelezen was. Een nieuw bezoekje dringt zich dus op. Misschien moet ik komende maandag wel eens een ritje maken naar Utopia. Want aanstaande maandag mag Utopia Aalst al drie kaarsjes uitblazen. Reeds drie jaren is Utopia voor mij, de favoriete plek in heel Aalst. Een knap staaltje van architecturale perfectie, geplant in het kloppend hart van Aalst. Met de rust voor het gebouw op het pleintje en in de groene mini-oase voor de deur, maar vooral ook een impressionante aanblik bij het betreden van het gebouw. Verdiepingen van avontuur, geschiedkunde, romantiek, thriller en suspense, drama en autobiografie, studiemateriaal en wetenschappelijke werken,…. kortom voer voor elke liefhebber van het geschreven woord. Een thuis voor iedereen die kan genieten van een goed boek. Bij elk bezoek moet ik voor mezelf een limiet opleggen om te vermijden dat ik langs de uitgang wandel met een karrenvracht aan nieuw leesvoer. Het is telkens een opgave, maar zo eentje waarvan je stiekem toch kan genieten. Langs de vele boekenkasten lopen, de kaften van de boeken zachtjes strelen en heel af en toe eentje eruit nemen om een blik te werpen op de inhoud en te zien of er een connectie ontstaat tussen jezelf als lezer, het personage en auteur. Voor mij voelt dit telkens een beetje als een schattenjacht. De boeken die mee naar huis mogen, branden dan ook in mijn tas. Ik kan niet snel genoeg in het verhaal duiken.

Ik heb altijd graag gelezen. Mijn eerste herinneringen aan de bibliotheek waren de bezoekjes aan een oud bibliotheekgebouw in de Kattestraat te Aalst. Eentje met verschillende kamers vol boeken, smalle gangen, sombere verlichting en kaartjes in fichebakken wanneer je op zoek was naar een bepaald boek. Mijn ouders namen mij al heel snel mee naar de bibliotheek. Zij gingen op zoek naar boeken naargelang hun eigen smaak en goesting. Mijn vader ging vooral de gang in waar science fiction was ondergebracht, mijn moeder zocht de kunstboeken op. Ik flaneerde een beetje tussen al die boekenrekken en keek vooral naar de boeken met foto’s. Naargelang de ontdekking van de taal en woorden, verdwaalde ik meer tussen de boeken waarin minder foto’s en tekeningen te bewonderen waren, maar waar letters en woorden genoeg waren om mijn eigen foto’s en tekeningen in mijn hoofd te maken. En na een tijdje mocht ik zelf boeken ontlenen op het pasje van mijn vader. Het was wel altijd onderhandelen met mijn ouders, want de limiet voor ontlening was beperkt tot 5 stuks per persoon en meestal hadden ze zelf ook al de handen vol.

Foto door Anna Shvets op Pexels.com

Een van de tofste momenten op school waren de momenten dat we aan de overkant van de straat, klassikaal een driewekelijks bezoek aan de bibliotheek brachten. Meestal op vrijdagnamiddag. Ik stond vooraan in de rij en de bibliothecaresse werd in mijn ogen mijn beste vriendin. Het was rond die tijd dat ik mijn droom ontwikkelde om ooit zelf schrijfster te worden. Ik had mij dan ook plots en op eigen houtje, zonder medeweten van mijn ouders of leraar, maar onder stimulans van deze bibliothecaresse, ingeschreven voor de stedelijke voordrachtwedstrijd. Met een eigen gedicht over de zee mocht ik de tweede plaats claimen. Een woordenboek Nederlands-Frans, gesigneerd door de toenmalige burgemeester en een foto in de plaatselijke streekkrant, maakte van mij toen de fierste elfjarige.

Nadien werd de kelderverdieping in CC De Werf een toevluchtsoord wanneer er materiaal nodig was om de zoveelste spreekbeurt te voeden met feiten en foto’s. Maar nooit kon ik vertrekken zonder een heerlijke roman of literatuur mee te nemen. Deze boeken deden me ontsnappen aan de dagelijkse sleur en verplichtingen. Ze gaven me een uitweg naar fantasiewerelden waarin alles mogelijk was en inspiratie om een eigen stempel te drukken op activiteiten waarmee ik op dat moment bezig was. Ze waren mijn gidsen, vrienden en mentors.

Nog steeds ben ik verknocht aan het lezen van boeken. Wanneer ik een boek open en het neemt me echt mee, blijft het moeilijk om het dicht te klappen. Hoeveel uren slaap heb ik al niet gelaten omdat ik net dat volgende hoofdstuk nog wil lezen? De televisie heeft zijn prominente plaats in de top van mijn favoriete vrijetijdsbesteding al lang verloren. Het maakt mij al lang niet meer uit welke drama’s zich hebben afgespeeld in de meest populaire soaps. Wie er nu weer is weggespeeld in één of ander reality-programma. Nee, het is voor mij veel interessanter om de ontknoping te kennen in een spannend boek en om vrienden of collega’s te vertellen waarom ze dat bepaald boek een kans moeten geven.

Foto door Sofia Alejandra op Pexels.com

Het deed me dan eigenlijk ook wel een beetje pijn toen ik opmerkte dat ik deze passie niet heb kunnen overbrengen naar mijn beide zonen. Zij lezen niet graag. Ik heb ondertussen al zoveel pogingen ondernomen om hen te overhalen. Ik heb ondertussen al zoveel boeken mee naar huis gebracht en op hun nachtkastje gaan leggen. Maar de microbe bijt niet. Ik zal er mij dan ook moeten bij neerleggen. Al heb ik het gevoel dat dit een algemene tendens is bij de jeugd. Zo spijtig. Er wordt te weinig gelezen door deze generatie. Dit lijkt mij niet zo een hele goeie evolutie. Onze taal is zo belangrijk, net als al die verhalen die moeten gelezen worden, onze literaire erfenissen die moeten gedeeld worden, onze woordenschat die moet uitgebreid worden. Misschien gaat het enkel om een indruk van mezelf en dan hoop ik dat ik het bij het verkeerde eind heb. Maar wat mij betreft, mijn hart ligt in de bibliotheek, mijn hart ligt in Utopia, mijn hart ligt in het geschreven woord.

Fluo en de Joepie

Een aantal weken geleden deelde ik hier mijn herinneringen aan mijn allerjongste jaren, getriggerd door de top 700 van de seventies op Joe FM. De roes is nadien nog even blijven duren. Uiteindelijk werd het heden wel veel hardnekkiger en trok het me onverbiddelijk terug. Althans was dat toch de bedoeling, maar de voorbije week, nam ik opnieuw een trip down memory lane. De meest bewogen jaren 80 kwamen aan de beurt bij Joe FM. En terwijl ik de eerste herinneringen zag voorbijkomen tijdens de ochtend bij Sven en Anke, moest ik gedurende de voorbije week concluderen dat de jaren 80 voor mij voornamelijk bestonden uit crushes, gevolgd door het nodige liefdesverdriet. Schoolboeken en mappen volgeschreven met flarden van songteksten, versierd met het betere knip- en plakwerk waarvoor de toenmalige tijdschriften zwaar onder handen werden genomen voor het nodige oogstwerk. Zo ging ik op woensdag na school, steeds naar de krantenwinkel gelegen op de wandelroute naar de bus. Dankzij die enkele muntstukken was ik de fiere eigenaar van het boekje waar de meest hippe en geliefde popsterren, hun verhaal deden. Om nog maar te zwijgen van de lezersbrieven, waar tieners en pubers een antwoord probeerden los te weken van de redactie van dit tienerblaadje. In het midden van het boekje, had je de posters, de onschuldige centerfold. Als je pech had dan had je twee verschillende idolen die op de beide kanten van de poster afgedrukt stonden en moest je overwegen wie het zicht van de kamer kreeg en wie de muur. Ofwel kocht je twee Joepies, maar daar was mijn budget dan weer niet hoog genoeg voor. Op de bus zocht ik dan een eenzitje en moest ik af en toe eens opkijken, zodat ik mijn halte niet zou missen dankzij die blik van Morten Harket van A-ha, de snoet van Danny De Munk, de ontboezemingen van George Michael of het perfecte plaatje van Prince. Om af te sluiten was het noodzakelijk om de horoscoop te checken, zodat je al wist hoe je de komende week ging beleven. Bij goed nieuws kreeg je vleugels, bij slecht nieuws was de week al verloren nog voordat deze begonnen was. En wanneer het korte tekstje verwees naar een stiekeme aanbidder, was je ervan overtuigd dat het de persoon was waar je al een hele tijd verliefd op was, maar die eigenlijk niet eens wist dat je bestond. Hoop doet leven. Ik zou hem de komende week dus nog niet uit mijn hoofd moeten zetten, want de Joepie heeft gezegd dat het wederzijds is. Naïef zeker? De betekenis van dat woord is me heel snel, vrij duidelijk geworden. Zo hadden we als huistaak, de opdracht gekregen van de leraar om onze ouders een omschrijving te laten geven van hun zoon of dochter. Ze moesten dit op een briefje noteren en dat dienden we dan aan de leraar geven. Toen de leraar mijn briefje in zijn handen kreeg en voor heel de klas las wat mijn vader had geschreven, bleef bij mij voornamelijk naïef hangen. De leraar beaamde met kracht, maar moest me wel uitleggen wat het eigenlijk betekende. Destijds was ik daarvan aangedaan, nu begrijp ik het.

Foto door cottonbro op Pexels.com

Bon, de jaren 80 dus. De jaren van de fluo. Had ik de inhoud van mijn kleerkast mogen kiezen, dan gaf die ongetwijfeld licht in het donker. Ik was gek op die kleurtjes. Er waren er zoveel. Gele, roze, oranje korte t-shirts met een fotoprintje erop inclusief nog eens zoveel kleuren en glittertjes in verwerkt. Daarnaast had je de maatschappelijke t-shirts met een boodschap zoals de alomgekende Greenpeace shirts, ‘the rainforest endangered’. Oversized blazers met epauletten, leggings met beenwarmers en accessoires, heel veel accessoires. Zo moest je de look gewoon afwerken met heel grote oorbellen, halsketting met hele grote gekleurde kralen, zweetbandjes, heuptasjes, badges, en de meest glinsterende strik op een haarspeld in je haar.

De weekends in dit decennium, werden voor mijn zus en mij ingevuld met deelnames aan playbackshows verspreid over heel Vlaanderen. We waren te vinden op podia aan de kust , in de regio Antwerpen en dichter in de buurt in parochiecentra en dit dikwijls gedurende het hele weekend. Dat wil zeggen, vrijdag, zaterdag en zondag. Want wanneer één of ander buurtcomité heel veel geld wou verdienen, organiseerden ze de wedstrijd in voorrondes, halve finale en finale. Drie dagen optreden, drie dagen gevulde tenten en drie dagen veel omzet dankzij de verkoop van drank en eten. Ik moet zeggen dat we eigenlijk best wel goed waren. We eindigden dikwijls in de top 3 en mochten meerdere keren met de hoofdprijs naar huis. En we traden in één wedstrijd ook meerdere keren op. Zo was ik altijd van de partij als Barbra Streisand en de Mel van Mel en Kim. Na een weekend ons te hebben geprofileerd als volwaardig zangeressen en performers, konden we naar huis met allerhande prijzen. Dat kon variëren van een bon voor een kilo mosselen tot een elektrisch bijvuurtje, een bon voor een reis naar Lloret De Mar, een glazen servies, een radio-installatie, …. maar altijd vergezeld van een prijsbeker of medaille. Sommige trofeeën waren prachtig en uniek, maar bij sommigen kon je opmerken dat de vermelding ‘eerste prijs voor de beste duif’, nog net niet volledig was verwijderd op het sokkeltje. Er werd toen al volop gerecycleerd. Zo kwamen vele liedjes voorbij in de top van the eighties die heel dikwijls werden geplaybackt. Zo zag je op een wedstrijd soms wel tientallen Madonna’s, gevolgd door de vele Sandra Kim’s. Als je voor de zevende keer op een avond, een mini-Madonna van nog geen tien jaar, Like a Virgin ziet brengen, compleet met gekopieerde outfit en moves, moet je wel toegeven dat dit bij momenten wel de grenzen van goed fatsoen benaderden. Maar dan had je ook de optredens van meisjes en jongens waarvan je wist dat die ooit hun leven zouden doorbrengen op een podium. Zo zaten we ooit in dezelfde wedstrijd als Silvy De Bie, nu beter gekend als Sylver en Sam Gooris die Shakin’ Stevens imiteerde.

We werden als jeugd in de jaren 80 wel verwend met de nieuwe muziekzender MTV. Plots was het heel belangrijk dat een artiest, naast een geweldige song, nu ook een geweldige clip inblikte. Zo had je de pareltjes Take On Me van A-ha, de girl-power bij Cindy Lauper in Girls wanna have fun, de ruwheid in Jeanny van Falco, de aanranding van de non in de clip van The Golden Earring en de kracht van Simon Le Bon in de clip van Wild Boys van Duran Duran. De topper was ongetwijfeld het moment waarvoor ik ’s avonds langer wakker mocht blijven en de fantastische clip van Michael Jackson’s Thriller voor de eerste keer kon zien. De dag nadien was deze clip de start van wekenlange dansmomenten op de speelplaats. Met mijn toenmalige partner in crime, Elga, probeerden we de clip volledig na te spelen. Zij kreeg de rol van Michael en ik die van het hysterische meisje die een lichtelijk afschuwelijke date had met enig horror-gehalte.
Het was pas wanneer het haar van Michael tijdens een opname van een Pepsi-reclame, in brand ging, dat we besloten om Thriller te laten wat het was.

Foto door Burak K op Pexels.com

Als MTV niet te zien was, dan keek ik wel naar Knight Rider, The Cosby Show, Miami Vice, Airwolf, The Dukes of Hazzard…maar ook naar het ‘lichtere’ genre zoals de Snorkels, de troetelbeertjes, Alf, Candy, Zeg eens aaaaa. The eighties, ….. het zijn de jaren voorafgegaan aan die volwassenheid, de jaren van mijn eerste kater, mijn eerste kus, goeie rapporten en slechte, ruzies, vriendschappen, hobby’s die een kans kregen en hobby’s die snel vergeten werden en de jaren waarin ik mijn eerste uren in de discotheken spendeerde. De discotheek Ckomilfoo in Dendermonde was voor mij toen the place to be. De replica van een vliegtuig tegen het plafond, een carlsberg met een rietje in de hand, een vierkante meter trachten te veroveren op de dansvloer en als het even kon ook die knapperd die op die andere vierkante meter stond, trachten te overtuigen dat er in die van jou nog plaats was. Het zijn mooie herinneringen. Er waren er ook vele andere, maar die top 1000 bij Joe heeft mij toch terug gekatapulteerd naar de mooiste momenten. En dit is waarom fluo altijd een speciaal plaatsje in mijn hart en kleerkast zal hebben.

Echte geuren van ylang-ylang, rozenolie, eucalyptus en patchouli.

Yoga, meditatie, mindfulness,… zijn het mode-begrippen, dagelijkse bezigheden van een generatie hipsters of een levensnoodzakelijke tijdbesteding in deze razendsnelle en overgestimuleerde maatschappij? Tijdens mijn jongere jaren was de interesse enigszins al wat gewekt. Vooral omdat het toen nog niet ‘in’ was en mijn nieuwsgierigheid alleen maar ging naar zaken die anderen niet deden. Desondanks ging mijn jachtig leventje toen te snel en bleef de beleving ervan eerder beperkt tot het lezen van een boekje of het bekijken van een video. Tijd om dit in de praktijk om te zetten, kon ik er niet aan besteden. En waarom ook eigenlijk. Ik was jong, wou heel veel meemaken en in kleermakerszit in een hoekje van de kamer gaan zitten, met op de achtergrond de geluiden van kabbelend water, afgewisseld met een gong en de repeterende ommm-geluidjes, hoorde daar toen eigenlijk niet echt bij. Bij momenten hoop ik dat ik toen wel die draad had opgepikt.

Foto door Mikhail Nilov op Pexels.com

Een aantal jaren geleden, had een vriendin me toch kunnen overhalen om yogalessen te nemen. Onze vriendschap was nog pril en ik wou vooral een goeie vriendin zijn, waardoor ik mij heel snel liet meeslepen met het verkooppraatje. Mijn gemoedstoestand was toen niet echt top en ik had vooral nood aan meer tijd, rust en zelfverzorging. Dus kocht ik mij een yoga-matje en een nieuwe outfit van zacht katoen in een pastelkleurtje, afgewerkt met juweeltjes van maansteen, rozenkwarts en amethist. Aangezien ik mij had verwacht aan een open ruimte met veel lichtinval, heerlijk geuren van etherische oliën, ontspannende achtergrondgeluiden, een charismatische lesgever en omringd door gelijkgezinde positieve mensen, kon mijn ontgoocheling niet groter zijn. Mijn vriendin, die eigenlijk ook voor de eerste keer dit onbewandelde pad betrad en ik, moesten op zoek gaan naar een beetje ruimte achteraan de donkerbruine zaal. Uiteindelijk vonden we nog wat plaats, net voor de tientallen opeengestapelde houten stoelen die overdag ongetwijfeld her en der verspreid stonden in dit zaaltje, maar die voor de yoga-klas werden verbannen naar de uiterste en donkerste hoek. De vloer kon ongetwijfeld een sopje of minstens een swiffer-beurt gebruiken. Nog een geluk dus dat het matje groot genoeg was zodat contact met de grond tot het minimum kon worden beperkt. Al snel moest ik ook ontdekken dat de etherische oliën niet waren gemaakt van heerlijk cederhout, ylang-ylang, rozenolie, eucalyptus of patchouli maar van zweetkousen, lookadem, gebrek aan frisse lucht, stofgeur van de oude houten lambriseringen en rook van een niet-geurende kaars. Het was vrij duidelijk dat hier een levendige fantasie meer dan nodig zou zijn om in de gepaste sfeer te komen. De charismatische lesgever was in mijn ogen niet zo charismatisch, maar dit kan uiteraard liggen aan mijn definitie hiervan, gezien de vrouwelijke fans op de eerste rij hier schijnbaar wel van overtuigd waren. Mijn vriendin en ikzelf waren dus verbannen naar achteraan en kregen het gezelschap van een tweetal deelnemers die meerdere malen per week van de partij waren en er telkens voor kozen om op deze plaats te komen liggen. Tijdens de les werd ons heel duidelijk waarom zij deze keuze hadden gemaakt of waarschijnlijk onder lichte groepsdruk, het achtersteven hadden moeten kiezen. Blijkbaar zorgen bepaalde yoga-poses voor specifieke luchtverplaatsingen in het lichaam. En aangezien er wordt gevraagd om je zoveel mogelijk te ontspannen, vallen er al eens wat remmingen los. In een ruimte vol personen die heel dicht bij elkaar liggen en waar geen achtergrondmuziek speelt, worden deze ervaringen heel snel gedeelde ervaringen. Niet echt ervaringen waar ik op een dinsdagavond met compleet onbekenden, getuige van wil zijn. Daarenboven was het uitgesloten dat ik tijdens deze yoga-sessies, oogcontact zou maken met mijn vriendin, zodat een spontane lachbui ons uit de zaal zou gezet hebben. Bij het afsluiten van de sessie, krijg je nog even de tijd om volledig te ontspannen. De hoop dat, bij het in rust brengen van het lichaam op de mat en het sluiten van de ogen, de stilte zou terugkeren, bleek mijn laatste sprankeltje hoop op ontspanning, in rook op te gaan. Mijn buurman die zodanig ontspannen was dat hij in slaap was gevallen, bleek een snurker te zijn. Pas op, ik heb nadien toch nog pogingen gedaan om dit hele yoga-gedoe een kans te geven en ik was nog een aantal weken van de partij in dit sombere zaaltje, maar toen we tijdens de periode van Pasen, plots met zijn allen in een kring rond een brandende kaars moesten gaan zitten, onze focus minutenlang op de vlam moesten richten terwijl een mandje met paaseitjes werd rondgegeven als traktatie, heb ik mijn handdoek in de ring gegooid.

Foto door Elly Fairytale op Pexels.com

En al die tijd heb ik geen enkele poging meer gedaan om dit opnieuw te doen. Ontspannen lukt mij gewoon niet. Tijdens een sessie bij de psychologe een aantal jaren geleden, vond zij het noodzakelijk dat ik mij meer zou gaan ontspannen. Na enkele maanden te praten vanuit een comfortabele zetel, mocht ik eindelijk plaats nemen op die heerlijke ligzetel voor een relaxatieoefening. Na een herhaaldelijk proberen, heeft ze het maar opgegeven. Dit lukte mij gewoon niet. Piekeren, nadenken, oplossingen zoeken, lijstjes maken, dagplanningen, strategieën bedenken, fantasie, verhaaltjes, liedjes zingen… ze houden mijn brein gewoon constant bezig. Zelfs ademhalen op een bepaald ritme was een zodanig verdomde opgave die ik niet kon uitvoeren. Tja, we zullen wel ontspannen op een andere manier dan zeker? Ondertussen staat mijn boekenkast ook vol met boeken over mindfulness, ontspanningsoefeningen en zelfzorg, maar het lezen ontspant mij meer dan de oefeningen zelf. En trouwens, een goeie boekenkast moet toch ook niet altijd gevuld worden met romans en fictie?

Foto door Scott Webb op Pexels.com

Maar, ik heb onlangs een nieuwe poging ondernomen om mindfulness in mijn leven te brengen. En ik moet zeggen dat ik succesvoller ben dan voorheen en ik kan het voorlopig ook nog volhouden. Zo heb ik de VR-app ‘Tripp’ geïnstalleerd. Tja, ik ben een ‘gadget-madame’. Alles wat met gadgets te maken heeft, wekt mij interesse. Allernieuwste snufjes op gebied van elektronica, gaming, domotica, smartphones,… zorgen ervoor dat mijn budget niet op mijn spaarrekening belandt maar op de spaarrekening van de verkopers. Tripp is een toepassing in de wereld van virtual reality die ervoor zorgt dat je de juiste sfeer, geluiden, kleuren en omgeving voorgeschoteld krijgt terwijl je eigenlijk in je eentje in je eigen kamer, met een vr-bril op je snoet, een ontspanningsoefening doet. En er is voor ieder wat wils. Zo lukt het mij om mijn zorgen even aan de kant te zetten wanneer ik omgeven wordt door natuurbeelden. Een rivier met kristalhelder water die tussen de diepe bebossing een weg zoekt richting monding, de stilte van grasvelden tussen de hoge bergen, de rollende golven op een verlaten strand, een open meer met een bootje aan de steiger dat zachtjes meedeint op het ritme van een hartslag. Dit is de omgeving die me even doet stilstaan bij de pracht van de natuur en in contact laat komen met mijn innerlijke zelf. Of ik log in bij een ruimtescene, zwevend van Jupiter naar Saturnus, genietend van de oneindige ruimte omgeven door de helderste sterren, maar met het comfort van je eigen bedje of zetel en het bordje ‘niet storen’ aan de deurklink. Het bevalt me zodanig dat ik ondertussen een maandelijks abonnement heb genomen en gisteren een sessie over mindfulness heb gevolg, rechtstreeks vanuit de VR-zaal. En ik luister. Ik luister naar wat de lesgever te vertellen heeft en ik tracht om het dit keer echt te voelen en ditmaal ruik ik de echte geuren van ylang-ylang, rozenolie, eucalyptus en patchouli.

Feestjes

Vandaag is de eerste dag van mijn feestelijke tweedaagse. Op deze twee dagen na elkaar, jaag ik er direct drie belangrijke momenten door. Deze morgen ben ik wakker geworden met op de achtergrond het geluid van een gezellige drukte in de keuken, de zon die heel fel door de gordijnen kwam piepen, onze kater Gini die heel overtuigend aan mijn gezicht kwam snuffelen als drukkingsmiddel om op te staan, en de fantastische glimlach en cadeautjes van mijn zonen voor een fijne moederdag. Op deze jaarlijkse feestdag word ik telkens verwend met een overheerlijk ontbijt, gevolgd door een hele dag helemaal niks doen. En dat is nu net wat een moeder eenmaal op een jaar echt wel nodig heeft. Voor een hele dag kom ik niet in de buurt van de wasmachine, strijkijzer, stofzuiger of kookpot. Nee, op die dag hou ik me enkel bezig met de dingen die ik graag doe. Of ik doe helemaal niks. Op de dagelijkse vraag ‘wat eten we vandaag’, moet ik ook geen antwoord geven. Ik zie wel wat er vanavond op mijn bord komt. Leve take-away, want voor een restaurantbezoek geven ze vanavond toch iets teveel kans op regen en onweer. Wat ik vandaag wel ga doen, is het openen van een flesje champagne om nadien superhard te genieten van de bubbels in mijn glas en te genieten van het gezelschap van mijn gezinnetje. Want ik mag wel zeggen dat ik het heel hard getroffen heb met mijn beide jongens die ondertussen al 15 en 18 jaar oud zijn. Die kleine armpjes die jaren geleden om mijn hals hingen bij één van de vele knuffelmomentjes, zijn nu langer dan die van mij. En ze kunnen ondertussen beiden al over mijn hoofd zien, wat bij momenten de nodige hilariteit teweeg brengt. Ze zullen in mijn ogen toch altijd mijn kleine jongens blijven en maken me iedere dag opnieuw, heel fier en gelukkig om hun mama te mogen zijn. Ik hoop dan ook, dat ik nog heel lang getuige mag zijn van de mooie memorabele momenten die hun nog te wachten staan. Net zoals ik er hoop te zijn op de dagen dat het allemaal niet loopt zoals gepland, zodat ik ook op die momenten de nodige steun en liefde kan geven. Op een dag als moederdag wordt hier al eens bij stil gestaan en dat is hartverwarmend.

Foto door Acharaporn Kamornboonyarush op Pexels.com

Morgen is het mijn verjaardag. Hoe hoger het getal op de teller, hoe minder leuk ik het vind om die dag aan te stippen op de kalender. Tijdens de tienerjaren is de verjaardag een hoogdag waar je al minstens een maand op voorhand, de aftelkalender voor opstelt en plannen maakt rond cadeautjes en feestjes. Dat is ook normaal, want de hele wereld gaat op die leeftijd, beetje bij beetje voor je open. Ondertussen voelt het alsof die wereld niet meer open, maar beetje bij beetje iets meer dicht gaat. Om de jarige niet rechtstreeks in een depressie te loodsen na het tellen van het aantal kaarsjes op de verjaardagstaart, zijn er die goedbedoelde quotes zoals ‘het leven begint op …’, ’40 is het nieuwe 20′,…. Ik heb nu 40 genomen, maar ik ben daar al voorbij hoor, maar vraag me nu niet om al over 50 te spreken. Het is nu niet dat ik heel mooie herinneringen heb aan verjaardagen. Ik maak er wel een gewoonte van om op mijn verjaardag nooit aan het werk te gaan. Dus bij het begin van het nieuwe werkjaar, is dat de eerste verlofdag die ik aanstip in mijn agenda. Die dag reserveer ik voor mezelf en ik weer alle taakjes waar ik geen zin in heb. Eigenlijk is elke verjaardag een persoonlijke nieuwjaarsdag. En op die dag wordt er toch ook niet gewerkt.

Foto door Tim Mossholder op Pexels.com

Ik heb niet echt speciale mooie herinneringen aan verjaardagen. Wel eerder twee negatieve. Zo had ik op mijn 16e verjaardag, mijn toenmalige crush thuis mogen uitnodigen. Een uitnodiging die werd aanvaard, maar op de dag zelf bleef de stoel van de genodigde leeg. De avond eindigde dus met vele tranen, barstende hoofdpijn en een lege maag omdat ik geen hap meer door mijn keel kon krijgen. Maar ik was 16 jaar geworden, het leven begon nog maar pas. Mijn tweede verjaardagsramp was mijn feestje op mijn veertigste verjaardag. Een mijlpaal in het leven en om mijn jaren als dertiger vaarwel te zeggen, had ik een themafeestje gepland met familie en vrienden. Heel toepasselijk werd er gekozen voor The Great Gatsby en zo planden we een terugkeer naar de roaring twenties. Maar nadat heel de zaal was aangekleed met speciale affiches, decoratie, de hapjes en taart opgesteld, de gasten de eerste drankjes geserveerd kregen en de dj de eerste sfeermuziek door zijn boxen liet komen, besloot het plafond om voor een extra verrassing te zorgen en vloog in brand. Gelukkig hadden we het idee rond de heliumballonnen geschrapt wegens een tekort aan heliumgas en werd het heimelijke vuur onder het plafond opgemerkt, zodat iedereen tijdig naar buiten kon vluchten en dat het gebouw gespaard kon blijven. Maar de schade was enorm en het feestje over and out nog voor dat het begonnen was. Als resultaat hetzelfde scenario zoals op 16, naar bed met vele tranen en barstende hoofdpijn, maar ditmaal met de belofte om dit ooit toch nog eens opnieuw te organiseren. Ditmaal met minder speciale effecten.

Er is wel één verjaardag die ervoor heeft gezorgd dat we vanaf dat jaar, mijn verjaardag konden vieren als een dubbel feest. Want op 10 mei 2008 ben ik in het huwelijksbootje gestapt. En dat was een feestje om u tegen te zeggen. Een schitterende dag met heerlijke momenten, familie, vrienden, collega’s en waarop ik het ja-woord kon zeggen tegen een fantastische man die al jaren mijn beste vriend was. Sindsdien vier ik elk jaar mijn verjaardag als een getrouwde vrouw.

Foto door cottonbro op Pexels.com

Als ik morgenvroeg dus wakker word, vieren we geen mijlpaal, maar ga ik voor een rustige dag. Wel eentje met mijn heerlijk gezin, onze favoriete kater Gini, een cadeautje, lekker eten en bubbels in mijn glas. En hopelijk doen die bubbels snel hun werk om het getal op mijn verjaardagstaart te negeren of niet op te merken.

Ik ben zen

Het is zondag. Ik word wakker, op een vrij vroeg uur eigenlijk. Vooral omdat het weekend is. Maar ik voel me uitgeslapen, dus waarom niet. Na het ontbijt stel ik mij de vraag of ik vandaag mijn penselen opnieuw ga boven halen en overweeg de keuzes zoals schrijven, lezen, breien, zingen of een taartje bakken. Het voorbije jaar zijn dit mijn keuzes op een zondag, die ik vroeger nooit moest maken. Want de tijden wanneer we nog niet aan huis gebonden waren, omwille van de corona-maatregelen, werden mijn zondagen voornamelijk ingevuld met uren strijken en de was doen. Nu dankzij het thuiswerk en het wegvallen van vele sociale verplichtingen, kunnen die huishoudelijke taakjes allemaal tijdens de week, onmiddellijk na het afsluiten van de pc en waarbij ik toch nog op een deftig uur in de zetel kan ploffen. Nu blijft zaterdag nog enkel om te poetsen. Het moet gezegd dat deze coronaperiode mij dus heel veel tijd heeft gegeven. Begrijp me niet verkeerd, ik vind corona nog altijd een heel vies en gemeen virus en hoop, net als zovelen, dat we deze pandemie snel achter ons kunnen laten. Maar ik hoop vooral dat bepaalde nieuwe levenswijzen niet gaan weggegooid worden wanneer het leven weer zijn normale gang gaat. Ik hoop vooral dat mijn leven niet meer hetzelfde wordt zoals voorheen.

Foto door Andrea Davis op Pexels.com

Wanneer de eerste lockdown op ons hoofd viel, stond mijn energiepeil enorm in het rood. Gevarenzone alom, maar er wordt nu eenmaal van je verwacht dat de combinatie werk, huishouden en de sociale verplichtingen, wordt uitgevoerd zonder veel morren en met de glimlach. Daarbij vraagt de maatschappij en een gezond lichaam, nog eens dat je voldoende sportieve inspanningen levert, zodat je niet gaat flirten met obesitas, hoge cholesterol, artrose of suikerziekte. Dus werk je je in de avond nog eens in het zweet. Al deze ballen in de lucht houden, vraagt de nodige concentratie en vooral veel energie. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zoveel mensen het begrip burn-out plots van heel dichtbij leren kennen.

Wie had ooit gedacht dat je dan ineens wordt verplicht om alles vanuit je eigen living te gaan doen. Je ergonomisch bureel met zicht op de Dender en omringd door tal van collega’s, vervangen door een provisoir bureau in de woonkamer, zicht op de tuin die nog in wintermodus staat en in het gezelschap van een schattige kater die het heel leuk vindt dat het baasje thuis is, maar niet beseft dat de aandacht naar de laptop moet gaan in plaats van naar hem. Eerst nog aan de eettafel op een harde houten stoel. Een stoel die wel heel mooi staat in de woonkamer, in combinatie met de houten tafel, maar die nooit gesolliciteerd heeft voor een functie als bureaustoel. Laat staan eentje die over de juiste ergonomie beschikt voor een ietwat verouderd lichaam. Maar dit zijn eigenlijk de kleine ongemakjes die niet konden opboksen tegen tal van voordelen die mij heel snel hebben omgetoverd in de grootste fan van thuiswerken. Hoe zalig is het niet om de wekker in de ochtend, een uurtje later te kunnen instellen. De app over mijn slaaproutine staat al maanden in het groen, en dit terwijl hij voorheen altijd aangaf dat mijn slaapreserve problematisch was en de kleur oranje en rood prefereerde. Om je ontbijt niet heel snel binnen te proppen, maar gewoon rustig een broodje te maken, zelfs tijd te hebben om een eitje te bakken of een fruitsapje te persen. Voorheen mocht ik mij al tevreden stellen met een vlugge hap, tussen het strikken van mijn schoenveters door en tegelijkertijd in de weer om de kids toe te schreeuwen dat ze nu echt naar beneden moesten komen, zodat we konden vermijden om als gefrustreerde robotjes te gaan aanschuiven in de dagelijkse file. Om ’s avonds na de werkdag, de hele routine in omgekeerde volgorde nog eens helemaal opnieuw te doen, maar dan bijkomend gecombineerd met een tussenstop aan het warenhuis om inkopen te doen voor het avondmaal. Uren was men kwijt en een hoge bloeddruk rijker. Nee, ik voel me nu veel meer zen. Ik krijg precies alles veel beter geregeld. Tijdens de middagpauze kan ik mij gerust een uurtje op de zetel leggen. Even tv kijken of een boekje lezen. Als het goed weer is, even wat zon gaan ophalen in de tuin of een praatje maken met de buurvrouw, want het verplichte thuiswerk is niet alleen mij gegund. Ik kan mij wel voorstellen dat de huidige technologie helpt om dit allemaal beter te kunnen uitwerken en de mensen meer de mogelijkheid te geven om thuis te werken. In de tijd van onze grootouders zou dat niet waar geweest zijn. Leve internet, wifi en technologie dus. En begrijp me niet verkeerd, ik besef heel goed dat dit enkel geldt voor de werknemers, wiens fysieke aanwezigheid niet altijd vereist is op de werkplek. Ik beschouw mezelf als één van deze gelukkigen, maar begrijp best dat dit niet voor iedereen zo is. En dan zijn er toch ook nog veel collega’s die verkiezen om wel naar bureau te gaan en die dat hele thuiswerkgedoe helemaal niks vinden.

Maar los van het werkgegeven hebben deze coronamaatregelen mij veel rustiger gemaakt. Ik heb plots vrije tijd die ik zelf kan invullen. Ik heb oude hobby’s herontdekt en nieuwe gevonden. Ik heb meer tijd met mijn kinderen kunnen doorbrengen. Tijd die ik kon besteden om samen met hen ook leuke dingen te doen. Ik heb het gevoel dat ik minder ben gaan zeuren en minder ben gaan roepen. Ik heb het gevoel dat ik gewoon veel minder verplichtingen heb. Ik moet mij niet meer schuldig voelen dat ik in het weekend, de deur niet meer uitga. Ik kan ook gerust een heel weekend in een pyjama rondlopen als ik dat wil. Ik moet mijn haar niet alle dagen brushen en mijn budget voor make-up mag ik ook wat verminderen, aangezien het gebruik ervan drastische gedaald is. Ik hoef ook mijn garderobe niet meer elke maand te gaan uitbreiden met de allernieuwste jurkjes en shirts, want die jogging zit eigenlijk toch veel beter en ik moet mij niet meer tonen aan jan en alleman. Ik kom ook niet meer thuis met impulsaankopen na een korte shopping tijdens de middagpauze.

Foto door Ryutaro Tsukata op Pexels.com

Maar ik besef wel dat ik het nu allemaal wel heel rooskleurig voorstel. Ik mis uiteraard ook mijn vrienden en familie. Ik zie de pakjesbezorger en postbode nu namelijk meer dan hen. Ik mis eveneens de mogelijkheid om een goed terrasje te gaan doen en een avondje uit eten te gaan. Ik mis de tijd dat we niet bang moesten zijn om een virus op te lopen dat jou of je dierbaren heel erg ziek kunnen maken of waaraan je kan sterven. Ik mis een knuffel van de mensen wiens genegenheid ik verlang. Ik mis een dagje wellness of een leuk concert. Dus ik hoop ook, dat dit allemaal snel mag terugkomen. Maar ik hoop vooral dat iedereen heeft kunnen ervaren dat de wereld waarin we voorheen draaiden, toen te snel ging en dat die mits het begrip van iedereen, voor elk van ons trager kan. Het mentale welzijn blijkt bij velen, en volgens de cijfers voornamelijk bij de jeugd, een probleem en dat moet snel en grondig worden aangepakt. Na de corona zal dit volgens mij zelfs het volgende grootste probleem kunnen worden. Een mens is weerbaar, maar na dergelijke inspanningen die van ieder van ons gevraagd zijn, dit in combinatie met geleden angsten en verlies, zal het ongetwijfeld mentale littekens achterlaten. Sommigen onder ons gaan dit wel zelf kunnen oplossen, maar niet iedereen. Het mentale welzijn van mij, was voor de corona ook een issue en ik ben ervan overtuigd dat ik niet alleen sta hierin. Laat ons het positieve gevoel van die pauzeknop vooral gebruiken om in de toekomst toch wat meer stil te staan bij het feit dat jezelf even afzonderen voor je eigen welzijn, moet kunnen en toegestaan moet blijven. Het is opmerkelijk dat ik zoveel mensen in mijn omgeving plots andere levensbeslissingen heb zien maken. En dit waren voornamelijk beslissingen die een impact hadden op hun eigen welzijn. Dit vraagt moed en ik bewonder hen daarvoor. Zo zie je maar dat even stilstaan in het leven en nadenken over de richting die je wil gaan in je leven, tot verrassende beslissingen kan leiden. Laat ons de bladzijde corona dus maar vlug kunnen omslaan, maar laat ons in de eindnoot vooral het hoofdstuk over tijdsbesef en zelfbehoud niet vergeten.

Foto door Anastasiya Vragova op Pexels.com

May U live 2 See the Dawn

Vandaag kleurde de dag iets meer purper dan alle andere dagen. Vandaag is het vijf jaren geleden dat ik mijn muzikale God ben verloren. Vandaag is Prince al vijf jaar overleden. Ik herinner mij nog exact het moment dat ik het nieuws te horen kreeg. Ik stond in de badkamer, mezelf klaar te stomen om naar de dansles te gaan. Plots hoorde ik mijn man mij naar beneden roepen. Iets in zijn stem deed me besluiten om daar onmiddellijk gevolg aan te geven en niet terug te roepen dat ik nog wel even bezig was. Eenmaal beneden stond de tv op en vertelde hij me heel voorzichtig dat Prince was overleden. Heel voorzichtig, want hij wist heel goed hoe belangrijk ik deze artiest vind en wat vreesde voor mijn reactie. Uiteraard geloofde ik dit niet direct. Dit kan toch niet. Op 57-jarige leeftijd sterf je toch niet en vooral Prince niet, want hij is onsterfelijk. De beelden op de tv, die ondertussen heel wazig waren geworden en waarvoor de oorzaak niet bij de kwaliteit van het scherm lagen, lieten geen twijfel meer bestaan. Vanaf nu moest ik het doen met enkel de muzikale erfenis en de reeds genomen foto’s, films en video’s van mijn idool. Nooit meer een nieuwe single, nooit meer een geweldig concert, nooit meer een eigenzinnige film, nooit meer iconische interviews, nooit meer die blik …. nooit meer hem. En dat deed pijn.

Ik beschouw mezelf eigenlijk nog wel een vrij nuchter iemand en ik heb sinds mijn jeugdjaren nooit overdreven gereageerd op een persoon, groep of hype, maar Prince is altijd heel belangrijk geweest in mijn leven. Toen ik op twaalfjarige leeftijd samen met een vriendin, clips en dansjes imiteerde van Michael Jackson, vond mijn vader dat het de hoogste tijd was om mij andere muzikale oorden op te laten zoeken en hij gaf mij het repertoire van Prince vanuit de platenkast. Ik moet wel zeggen dat het hem eerst wel wat moeite heeft gekost om mij van het zachtere genre van Michael Jackson, te overhalen om Prince te gaan beluisteren. De teksten van Prince alleen al, lieten het tienermeisje in mezelf op sommige momenten tilt slaan van gène. De beelden die erbij kwamen, waren toen al helemaal grensverleggend. Maar ze lieten me niet onberoerd. Het moment dat ik helemaal overstag ben gegaan was op het concert te Werchter op de leeftijd van 16 jaar. Mijn vader had mij een ticket gekocht en samen met nog een vriend, gingen we met ons drietjes naar de weide voor dit memorabele concert. Ik herinner mij die dag ook nog als gisteren, weet nog exact mijn outfit, voel nog de temperatuur op de weide en hoor nog de bassen en zalige stem van deze ongelooflijk charismatische zanger. Toen hij de eerste tonen van The Question of U inzette, wist ik dat ik helemaal verloren was en dat er helemaal niemand meer zou komen, dat mij op muzikaal gebied nog meer kon bekoren. Dit was gewoon muziek in de overtreffende trap.

Met de leeftijd kwam er natuurlijk ook meer en meer interesse in de persoon Prince zelf. Zijn ondeugende en sexy blik van hem tijdens een concert of video, zorgde voor een warme gevoel vanbinnen en ik moet dan ook toegeven dat hij voor mij de meest sexy man ter wereld werd. Je kan je al gaan voorstellen dat vriendinnen en vrienden het hier niet altijd mee eens waren en zich afvroegen wat ik in hemelsnaam kon zien in het purperen persoontje met enkele zeer vrouwelijke trekjes. Maar ik kon dat niet uitleggen, je moest dat gewoon voelen. En ik trok me van de commentaren dan ook helemaal niks aan en droomde lustig verder. Ik vertelde mijn man dan ook altijd dat als ik, net als Ross en Rachel in Friends, een kaartje met one-night stands zou opmaken, hier maar één man zou opstaan en dat zou Prince zijn.

Sinds mijn jeugd is hij altijd heel aanwezig geweest in vele fases van mijn leven. Zo kan ik verschillende albums volledig plaatsen in bepaalde periodes, gekoppeld aan school, woonplaats, vriendschappen, werk, …. Ik herinner me vooral ook mijn vriendin Patricia die wel wat ouder was dan mezelf, maar vooral even verzot was op hem. De periode dat ik met haar heb doorgebracht, koppel ik vooral aan het album Lovesexy (met de geweldige albumcover 😉 )en Sign of the Times. Aangezien ik niet gelovig ben, zijn een aantal teksten van hem wel blijven hangen en heb ik die heel kritisch benaderd. Zo is The Cross van het album Sign of the Times toch een favorietje geworden. Eigenlijk beschouw ik Sign of the Times zelfs mijn favoriete album. Toen ik later hoorde dat hij een getuige van Jehovah was geworden, zou een persoonlijk bezoek van hem mij zonder twijfel hebben overtuigd, alleen al om iets gemeenschappelijk te hebben.

Ik was ook helemaal fan van zijn films. Purple Rain is ongetwijfeld de meest gekende en geprezen film van hem, maar ik heb toch ook een zwak voor Under the Cherry Moon. Deze zwart-witfilm van 1986 had een aparte stijl van humor waar ik weg van was. Voor de insiders : The Wrecka Stow is gewoonweg hilarisch. Nadien was Graffiti Bridge eerder een prent voor de liefhebber van Prince. De acteerprestaties waren duidelijk ondergeschikt aan de muziek, maar die bleef geniaal.

Processed with VSCO with preset

Ik kan natuurlijk blijven albums opnoemen, maar dat is niet echt de bedoeling. Het is trouwens ook heel moeilijk om een overzicht te maken. Hij liet me kennismaken met rock, blues, jazz,…. en ik ging altijd volledig mee in het verhaal. Zo is er een Prince voor mij bij elke gemoedstoestand en zo is hij er bij elk pijntje, elke vreugdemoment en elk ik-momentje. 21 Nights in London is ook zo een concert dat heel regelmatig uit mijn boxen vloeit. Ik heb het geluk gehad om sinds 1990, elk concert op Belgische bodem te mogen meemaken. Ik heb mijn man dan ook bijna zo goed als altijd op sleeptouw genomen en ik ben ervan overtuigd dat hij moet erkennen dat er nooit een betere entertainer is geweest dan Prince. Buiten het concert op de weide van Werchter in 1990, was er het concert op dezelfde weide in 2010. Het magische moment bij het aanslaan van de tonen Purple Rain, waarbij plots de hemel open brak en de regen met bakken naar beneden kwam, de spots met purperen licht over onze hoofden scheen en hij zijn vinger naar boven richtte samen met zijn gemeende dankbare blik, zal voor eeuwig in mijn geheugen gegrift staan. Dit neemt er mij niemand ooit nog af. Een jaar daarna in 2011 mochten we hem verwelkomen op het Sint-Pietersplein te Gent. Toen had ik het geluk om op de tweede rij te staan. Wat voor mij heel veel betekende aangezien ik net als hem, slechts 1m56 mag opschrijven als ze mij naar mijn lengte vragen. Wanneer Shelby, één van zijn vrouwelijke backing-vocals, op het einde van het concert de rij afspeurde en random mensen eruit pikte om mee op het podium te mogen, was ik bijna bij de gelukkigen. Ik moest spijtig genoeg de duimen leggen ten aanzien van een dame die iets straffer en mondiger was dan mezelf. Spijtig uiteraard, maar dit heeft mijn avond niet minder geweldig gemaakt. Wetende dat deze gelegenheid nooit meer zal komen, dat ik nooit meer de afsluitende woorden ‘thank you, goodnight….’ na een live-show zal horen, bezorgt me een heel nostalgisch maar somber gevoel.

Toch blijft hij Forever in My Life. Bij het ontwerp van mijn verlovingsring, is het gekende symbool ingewerkt en enkele jaren geleden heb ik dit symbool in een tattoo laten verwerken. Als je naar mijn linker onderarm kijkt, kan je mijn liefde zien. Maar ondanks al deze materiële en minder materiële tekenen van affectie zit het grootste in mijn hart en dat gaat er nooit meer uit. Rainbow Children forever. May U live 2 See the Dawn.

Ruzie met de weegschaal

Er werd tegen me geschreeuwd deze morgen. Toen ik, met de slaap nog in mijn ogen, naar de badkamer ging, heb ik mij op de weegschaal gezet en die was niet blij. In plaats van cijfers te lezen, hoorde ik mijn weegschaal de duidelijke boodschap roepen : ‘wanneer ga jij eindelijk nog eens sporten?’ En dit was eigenlijk geen vraag, maar eerder een bevel om de hoop niet op te geven om die cijfers eindelijk eens naar beneden te zien gaan. Ik moest al eens nadenken wanneer die haatverhouding met de weegschaal eigenlijk was begonnen, maar het was een feit dat ze heel levendig was. Toch kan ik het niet laten om elke dag een meting te doen. Het liefste nog voor de tanden gepoetst zijn of voor ik nog maar in aanraking geweest ben met een druppel water. Maar wel na het bezoek aan onze porseleinen relax in het kleinste kamertje. Tja, elk mogelijk gewichtje dat ik kan achterlaten, kan helpen zeker? En telkens probeer ik even mijn ogen te sluiten en te hopen dat, als ik het display bekijk, ik daar een cijfer zie dat me enigszins weer de moed geeft om iets meer bewust om te gaan met wat ik die dag weer ga eten en drinken. Als het cijfer teleur stelt, zijn de goede voornemens voor de dag sowieso weer ten dode opgeschreven. Maar waarom is het ook zo moeilijk geworden om gewicht te verliezen. Vroeger gingen de kilootjes er af als ik mij even wat inspande. Nu mag ik al blij zijn om, na een aantal dagen uithongeren en nee zeggen tegen de aperitief-momentjes, het cijfertje na de komma slechts één of misschien toch een aantal cijfertjes te zien zakken. Het is dus logisch dat ik deze morgen de boodschap van meer beweging in mijn hoofd heb horen galmen. Ik beweeg ook te weinig.

Ik moet nog steeds lachen met de grap ‘als je me ziet lopen, loop dan ook, want ik loop enkel weg van gevaar’. Het is nochtans ooit anders geweest. Ik heb wel wat sport gedaan en eigenlijk vond ik de sportlessen tijdens de schooljaren super. Zo ging ik ooit samen met mijn zus op atletiek. De atletiekbaan in Sint-Gillis werd onze wekelijkse place to be en ik hield ervan. Om te starten moesten we vier keren de piste lopen. Loslopen noemden ze dat. Laat ons zeggen dat dit het minst leuke van de avond was. De eerste weken waren de meeste krachten al verspeeld na deze eerste opdracht, maar na een aantal weken, draaide ik daar mijn hand niet meer voor om. Sprinten was mijn favoriet. En ik moet zeggen dat die korte afstand sprinten me soms het gevoel gaf te zweven. Raakte ik eigenlijk de grond nog? Waarom mijn ouders de plotse beslissing namen om ons niet meer naar de lessen te brengen, is mij altijd onbekend gebleven, maar ik heb het wel gemist.

Jaren nadien kwamen ze thuis op het idee dat badminton een sport was dat we als gezin en met vrienden, samen konden doen. Er werd dus een zaal in de plaatselijke sporthal gehuurd en we spraken elke dinsdag af om in volledige outfit, het beste van onszelf te geven in dat veredelde strandspel. En snel kwam ik erachter dat badminton best intensief en enorm leuk kon zijn. Het competitieve in mij zorgde ervoor dat ik al snel de vrouwenploeg links liet liggen en zo kwam ik in de ploeg van de mannen terecht. Toen bleek kniebescherming nodig te zijn, want om het pluimpje in de lucht te houden, werd geen enkele inspanning vermeden in de lucht of op de grond. Het resultaat was dan wel dat na enkele maanden, ondanks de kniebescherming, er kleine botstukjes van mijn knieschijf waren losgekomen en zich een onderkomen in het gewricht hadden gezocht. Gedaan met badminton dus en balen op de bank. Ik mocht wel nog mee om de score bij te houden. Ik zocht niet direct een excuus om thuis te mogen blijven, want ondanks het feit dat ik geen rode wangen meer kreeg van de inspanningen op het veld, bleef ik die rode wangen wel behouden voor een jonge mannelijke medespeler die elke week van de partij was. Een goede score bij hem behalen is me uiteindelijk toch niet gelukt, maar ik heb wel zolang mogelijk getracht om in de game te blijven.

Als meisje had ik ook wel veel interesse in het voetbal. Ik stond altijd vooraan als de jongens van de klas, tijdens de middagpauze een ploeg vormden om een potje te spelen. En meermaals mocht ik toch het geïmproviseerde veld op. Naast die leuke momenten herinner ik mij vooral een zware val op de betontegels, toen een vriend van zeker een kop groter dan mezelf en dubbel mijn gewicht, in volle vaart op me kwam afgelopen en ik vastberaden was om niet opzij te gaan. Ik denk zelfs dat ik naar hem nog heb geroepen dat ik niet zou wijken. Maar een duw met zijn schouder tegen die van mij en ik kwam met een hele harde smak op mijn rechterzijde terecht. Aangezien mijn heup het eerst de tegels raakte, heb ik weken met een heup rondgelopen die verkleurde van zwart naar paars naar blauw. Lopen of wandelen was moeilijk, maar ik durfde tegen niemand zeggen hoeveel pijn ik wel had, omdat het een meisje niet betaamde om met een groep beren, te voetballen tijdens de middagpauze. Vele jaren nadien heb ik aan die voetbalkriebel wel nog eens een gevolg gegeven door een damesploegje op te richten met een aantal collega’s. Wij waren de Chickies en we hebben ons kostelijk geamuseerd. We waren zo amateuristisch en hebben nooit tegen een ander ploegje gespeeld, maar de maanden dat we ons uurtje gingen voetballen, probeerden we enkele basisvaardigheden onder de knie te krijgen en speelden we onderling samen. We hadden het geluk dat we een trainer konden strikken, maar onder de voorwaarde om ons enkel een paar lessen te geven en zonder verder engagement. Die paar lessen bleven gelukkig duren en het deed me deugd dat ik af en toe wel een stiekeme glimlach op zijn gezicht kon bespeuren, toen hij ons voor de zoveelste keer nog eens moest tonen hoe een bal onder controle te houden. Ik denk dat hij ons wel grappig en gek vond bij momenten. Gelukkig hebben we nooit tegen een andere ploeg gespeeld, want deze zou ons zo hebben ingemaakt. Ik herinner mij vooral ook het plezier, passie en de gedrevenheid van mijn vriendin Sybille. Niet lang nadat we zijn gestopt met ons ploegje is ze ernstig ziek geworden en overleden. Ik mis nog altijd heel veel van haar, maar onze gezamenlijke voetbalmomenten, staan ongetwijfeld in mijn top van meest amusante tijden samen. Tijdens die voetbalperiode was zij voor mij onze mascotte. Zij zorgde ervoor om geen enkele training te missen en het was heerlijk om haar bij ons op het veld te hebben. Hoe zij het plein en spel opeiste door haar aanwezigheid en kracht, kon volgens mij door niemand van ons worden geëvenaard en alles gecombineerd met een overweldigende lach.

En dan waren er nog de pogingen om gewicht te verliezen en spieren op te bouwen, door mij in te schrijven in een fitnesscentrum. Om resultaten te krijgen riep ik hierbij de hulp in van een personal coach. En gelukkig heb ik dit toen gedaan, want het zou me anders nooit gelukt zijn om vol te houden. Ik ben geen fan van de sfeer in een fitnessclub. De meeste staan daar in een outfit, duurder dan het jaarabonnement van de club zelf en kunnen meestal al pronken met nog net geen six-pack, staan daar uren te lopen op de loopband zonder een druppel zweet te produceren, terwijl ze het nieuwste sportdrankje aan hun lippen zetten. Als ik al het geluk heb om mijn drinkfles tijdens het lopen in mijn mond te krijgen, verslik ik mij ongetwijfeld of loopt er de helft naast. Naast de crossfit-toestellen, loopbanden en fietsen, heb je iets verder meestal de toestellen om spieren te kweken. Ligt het aan mij, maar ik zie daar nooit vrouwen trainen. Steeds wordt de ruimte bevolkt door zelfzekere mannen in heel spannende t-shirt met een air van m’a tu vu. Genoeg lawaai aan het maken, zodat iedereen toch heeft opgemerkt wat een massa gewicht er door de broer van de Hulk, in de lucht wordt gehouden.
En omwille van het ontbreken van dames met een kilootjes meer, zwoegend en zwetend omdat de opgelegde inspanningen toch niet vanzelf gaan, omwille van het ontbreken van normale mannen die komen om hun gezondheid en conditie voorop te stellen in plaats van de testosteron rond te strooien bij het aanwezige vrouwelijke publiek, zal ik mij niet meer laten overhalen om nog eens een abonnement met domiciliëring te nemen, waarvoor je bijna bovenmenselijke inspanningen moet doen om dit ooit geannuleerd te krijgen.

Maar mijn grootste sportieve passie was ongetwijfeld het dansen. Door de uitbraak van corona heb ik hier een punt moeten achter zetten en dit heeft pijn gedaan. Stiekem hoop ik de draad nog eens te kunnen opnemen, maar de leeftijd heeft ondertussen ook een zeggenschap gekregen in die beslissing. Toen ik na mijn burn-out een bezigheid zocht om mijn gedachten te verzetten, heb ik mij door een aantal vriendinnen laten overhalen om een uurtje te gaan dansen. Iets wat ik als heel jong meisje ook nog eens kort had gedaan en waarvan ik ooit had gedroomd om ballerina te kunnen worden. Wat begon als één uurtje in de week is geëindigd in vijf uren in de week. Van modern, tot streetdance en ragga, het heeft me allemaal geboeid. Het was dan ook de meest intensieve periode op gebied van sporten, want dansen vraagt kracht, lenigheid, spierbeheersing, evenwicht zowel mentaal als fysiek en een enorm uithoudingsvermogen. Ik deed dat zo graag dat ik wel eens een aparte blog zal schrijven hierover.

Kortom, mijn lichaam zou dus dringend moeten kunnen sporten, maar het is heel kieskeurig want er zijn meer sporten die ik niet wil doen, dan wel. Ik zal dus eens heel goed moeten nadenken vooraleer ik mijn weegschaal haar zin ga geven. En ondertussen zal ik proberen om die chips en aperitiefjes iets meer de rug te keren, de voorlopig ongespierde rug welteverstaan.

De Collega’s op het Eiland

Ik ben alleen wanneer ik de PC opstart en mijn status op teams, instel als beschikbaar. Ik ben fysiek alleen en zelfs heel comfortabel alleen, maar ik ben eigenlijk een deel van een hele groep mensen, die net als ik, telkens opnieuw, aan het begin van de werkdag, aangeeft dat ze beschikbaar zijn om samen te werken. En aangezien we dit doen voor dezelfde werkgever, worden wij beschouwd als collega’s van elkaar. In de loop van de voorbije jaren, zijn er voor mij al een heleboel collega’s de revue gepasseerd. Zie je, ik ben ondertussen al een paar keren van werkgever veranderd. Wanneer je uitgekeken bent op je huidige job of je vindt de motivatie niet meer om jouw energie te geven tijdens die verplichte werkuren, dan moet je bepaalde deuren sluiten en kijken waar er anderen openen. Ik heb dat nooit moeilijk gevonden. Het moeilijkste aan het verlaten van een job daarentegen, is het achterlaten van collega’s. Ik heb dus al veel collega’s achter mij gelaten. En bij de ene voelt het afscheid heel makkelijk, maar bij sommige anderen laat dit toch zijn sporen na. Zo heb ik sinds vorige week een collega minder, maar hoop uit de grond van mijn hart, dat de vriendschap mag behouden blijven. Bij mij groeit er niet zo dikwijls een vriendschap uit een werkrelatie, want ik geloof daar niet echt in. Maar heel af en toe is er wel eentje de moeite waard om aan vast te blijven houden.

Bij mijn eerste werkgever kwam ik als schoolverlater in een kleine groep terecht. We hadden onze burelen in een gewoon rijhuis en hadden het gevoel op een eilandje te zitten, maar met de steun van de hoofdzetel om de hoek. Ik kwam er terecht bij, in mijn toenmalige ogen, werknemers op zekere leeftijd. Geen enkele collega die de leeftijd van 40 nog niet had bereikt. Met mijn 18 jaar was ik dus echt wel de junior in het nest. Het moet voor hen een aanpassing geweest zijn, maar al snel werd ik overladen met levenslessen, verhalen van hun jeugdjaren, werd ik wat bemoederd en mocht ik proeven van de samenhorigheid van een echt team. Aangezien ik er een vervanging kwam doen, heb ik er maar een aantal maanden gewerkt, maar dat was genoeg om mijn studieplannen on hold te zetten en de weg op te gaan als werkende. Het afscheid met hen was hartelijk, maar blijvende vriendschappen zijn er uiteraard niet uit gegroeid.

Wanneer ik op de volgende halte van de loopbaan arriveerde, was het snel duidelijk dat het ook anders kon zijn. Tijdens mijn eerste dag wist ik al zeker dat ik zo snel mogelijk op zoek moest gaan naar iets anders. De job was echt niks voor mij en ik kwam er in een team terecht waar niemand een woordje Nederlands kon spreken. Mijn kennis van de Franse taal beperkte zich tot schoolniveau en laat ons zeggen dat ik niet vooraan stond als de hoge punten werden uitgedeeld. Ik kon mij behelpen, maar daar stopte het dan ook. De tranen stonden dan ook klaar wanneer ik op mijn eentje, de eerste dossiers in de eindeloze gangen ging klasseren. Dit ging niet werken en ik kon niet snel genoeg terug aan de slag thuis met het opstellen van nieuwe sollicitatiebrieven. Maar er ging een dag voorbij, en een andere, en dan een week en dan een maand…. En tijdens deze periode leerde ik de mensen kennen met wie ik dagelijks identieke taken moest uitvoeren. En ondanks het feit dat zij niet dezelfde ambities in het leven hadden en dus al vele jaren gekluisterd zaten in die saaie job, leerde ik hen beter kennen. En die kleine gesprekjes, ondersteund met gebaren en mimiek om mij verstaanbaar te maken, werden dag per dag langere conversaties. En plots had ik niet meer de behoefte om een andere job te gaan zoeken. Ik had een contract voor een jaar en ik zou het wel volledig uitzitten. En dit kwam niet door de job, maar dat kwam eigenlijk door de collega’s. Ik heb er toen zelfs een liefje aan overgehouden. Niet mijn beste keuze, maar tja, ik was nog maar 19 en dan maak je wel al eens een verkeerde beslissing. Het einde van mijn contract, waar ik trouwens heel blij mee was, maakte dan ook onmiddellijk een zelfde abrupte einde aan de relatie. De situatie was eigenlijk heel grappig. Ik moest op het einde van de dag naar de personeelschef, die me voorzichtig liet weten dat er geen verlenging van het contract kwam, omdat ze voor mijn tewerkstelling na een jaar, geen subsidies meer kregen. Ik was opgelucht maar durfde dat niet te tonen. Ondertussen had de personeelschef naar mijn dienst gebeld om de collega’s te verwittigen dat ik net mijn ontslag had gekregen en ze mij moesten opvangen. Wat ze niet wisten is dat ik mij als bevrijd voelde. Nu had ik terug de motivatie om ander werk te zoeken. Dus toen ik de deur opende en hun gezichten zag, bleken ze meer bedroefd te zijn dan ikzelf en mij opbeuren hoefde al helemaal niet. Een hele rare situatie dus. Zij waren ongetwijfeld een betere collega dan ik.

Op de volgende werkplaatsen heb ik wel hechte vriendschappen kunnen sluiten. Meestal bleef ik de jongste en werd ik omgeven door collega’s met beschermende neigingen. In de 8 jaren op mijn werkplek na het Brusselse avontuur, heb ik hele mooie verhalen kunnen verzamelen. Mijn naaste collega werd me zo dierbaar, dat ik dikwijls met een aantal van mijn levensvragen en onzekerheden bij haar terecht kon. Ten slotte spendeer je de meeste uren van je dag samen met je collega’s. In de jobs die nadien zijn gevolgd, heb ik opnieuw het geluk gehad om met een naaste collega te kunnen werken, waarmee ik een hele goeie band kon opbouwen. Ook zij hebben mij, naast vraagstukken over de job, ook veel antwoorden gegeven op vraagstukken over het leven. Bij elk afscheid werd er altijd de belofte gedaan om onze vriendschap in leven te houden. Ondanks alle pogingen en goeie voornemens ten spijt, heb ik geleerd dat dit geen stand houdt. De genegenheid blijft en heel af en toe brengt een lunch of toevallige hereniging, de vibes weer boven en kijk je met de nodige nostalgie terug naar de leuke tijden, maar uiteindelijk beperkt het contact zich nog tot een toevallige ontmoeting, een kort gesprekje in de winkelstraat, een gemakkelijk telefoongesprek om uiteindelijk slechts te bestaan uit een belofte om meer af te spreken.

Ik heb ondertussen ook geleerd dat collega’s niet altijd vrienden zijn of worden. En dat hoeft ook niet. Als je solliciteert voor een job, kies je voor de jobinhoud of de werkgever, maar je kiest nooit voor je collega’s. Maar ergens is dat een gegeven dat te weinig aandacht krijgt. Aangezien het geluk op de werkvloer ook heel erg wordt bepaald door de contacten met je collega’s, zou je bij een sollicitatie moeten weten in welk team je terecht komt. Iedereen kent waarschijnlijk wel het gevoel van nieuwsgierigheid wanneer je hoort dat er nieuwe collega komt. Maar iedereen kent ook het spannende gevoel als je geïntroduceerd wordt in een nieuw team. En dit kan alle kanten op gaan. Zo heb ik blijvende en mooie herinneringen aan collega’s waarmee ik heel kort de werkvloer mee heb gedeeld, maar zijn er collega’s waarmee je jaren werkt en om de een of andere reden geen connectie mee vindt.

Af en toe kom je kanjers tegen die je partner in crime worden op de werkvloer én daarbuiten. En soms vind je die goeie vriend of vriendin onder je collega’s. Zo eentje waar je dossiers mee afhandelt, ongeacht hoe complex ook, ver binnen de deadline en onder de vorm van ‘wij begrijpen elkaar’. Een collega waarmee je buiten de uren, de lokale horeca ondersteunt, waarmee je sportieve uitdagingen aangaat door kilometers lange wandelingen te maken en waarbij je terecht kan als je nood hebt aan een goeie babbel. Maar voor mij valt deze niet onder de noemer collega, maar is dit een vriendin die aanvankelijk op je pad is gekomen als collega. Eentje om te houden.